Dutch-Norwegian translation of aanbesteden

Translation of the word aanbesteden from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

aanbesteden in Norwegian

aanbesteden
constructieverb innfordre anbud på, utby på kontrakt
Similar words

 
 

aanbesteden as verb
InfinitivePresent participlePast participle
aanbestedenaanbestedendaanbesteed
Present
ikbesteed aan
jijbesteedt aan
hijbesteedt aan
wijbesteden aan
julliebesteden aan
zijbesteden aan
Present perfect
ikheb aanbesteed
jijhebt aanbesteed
hijheeft aanbesteed
wijhebben aanbesteed
julliehebben aanbesteed
zijhebben aanbesteed
Past
ikbesteedde aan
jijbesteedde aan
hijbesteedde aan
wijbesteedden aan
julliebesteedden aan
zijbesteedden aan
Past perfect
ikhad aanbesteed
jijhad aanbesteed
hijhad aanbesteed
wijhadden aanbesteed
julliehadden aanbesteed
zijhadden aanbesteed
Future
ikzal aanbesteden
jijzult aanbesteden
hijzal aanbesteden
wijzullen aanbesteden
julliezullen aanbesteden
zijzullen aanbesteden
Future perfect or future anterior
ikzal aanbesteed hebben
jijzult aanbesteed hebben
hijzal aanbesteed hebben
wijzullen aanbesteed hebben
julliezullen aanbesteed hebben
zijzullen aanbesteed hebben
Conditional
Imperfect
ikzou aanbesteden
jijzou aanbesteden
hijzou aanbesteden
wijzouden aanbesteden
julliezouden aanbesteden
zijzouden aanbesteden
Perfect
ikzou aanbesteed hebben
jijzou aanbesteed hebben
hijzou aanbesteed hebben
wijzouden aanbesteed hebben
julliezouden aanbesteed hebben
zijzouden aanbesteed hebben
Imperative
Affirmative
jijbesteed aan
Your last searches