Dutch-Norwegian translation of aandoen

Translation of the word aandoen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

aandoen in Norwegian

aandoen
lichtverb tenne
  gevoelensverb røre, bevege
  kledingverb sette på, dra på
Similar words

 
 

aandoen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
aandoenaandoendaangedaan
Present
ikdoe aan
jijdoet aan
hijdoet aan
wijdoen aan
julliedoen aan
zijdoen aan
Present perfect
ikheb aangedaan
jijhebt aangedaan
hijheeft aangedaan
wijhebben aangedaan
julliehebben aangedaan
zijhebben aangedaan
Past
ikdeed aan
jijdeed aan
hijdeed aan
wijdeden aan
julliededen aan
zijdeden aan
Past perfect
ikhad aangedaan
jijhad aangedaan
hijhad aangedaan
wijhadden aangedaan
julliehadden aangedaan
zijhadden aangedaan
Future
ikzal aandoen
jijzult aandoen
hijzal aandoen
wijzullen aandoen
julliezullen aandoen
zijzullen aandoen
Future perfect or future anterior
ikzal aangedaan hebben
jijzult aangedaan hebben
hijzal aangedaan hebben
wijzullen aangedaan hebben
julliezullen aangedaan hebben
zijzullen aangedaan hebben
Conditional
Imperfect
ikzou aandoen
jijzou aandoen
hijzou aandoen
wijzouden aandoen
julliezouden aandoen
zijzouden aandoen
Perfect
ikzou aangedaan hebben
jijzou aangedaan hebben
hijzou aangedaan hebben
wijzouden aangedaan hebben
julliezouden aangedaan hebben
zijzouden aangedaan hebben
Imperative
Affirmative
jijdoe aan
Your last searches