Dutch-Norwegian translation of accrediteren

Translation of the word accrediteren from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

accrediteren in Norwegian

accrediteren
toestemmingverb akkreditere, befullmektige, autorisere
Similar words

 
 

accrediteren as verb
InfinitivePresent participlePast participle
accrediterenaccrediterendgeaccrediteerd
Present
ikaccrediteer
jijaccrediteert
hijaccrediteert
wijaccrediteren
jullieaccrediteren
zijaccrediteren
Present perfect
ikheb geaccrediteerd
jijhebt geaccrediteerd
hijheeft geaccrediteerd
wijhebben geaccrediteerd
julliehebben geaccrediteerd
zijhebben geaccrediteerd
Past
ikaccrediteerde
jijaccrediteerde
hijaccrediteerde
wijaccrediteerden
jullieaccrediteerden
zijaccrediteerden
Past perfect
ikhad geaccrediteerd
jijhad geaccrediteerd
hijhad geaccrediteerd
wijhadden geaccrediteerd
julliehadden geaccrediteerd
zijhadden geaccrediteerd
Future
ikzal accrediteren
jijzult accrediteren
hijzal accrediteren
wijzullen accrediteren
julliezullen accrediteren
zijzullen accrediteren
Future perfect or future anterior
ikzal geaccrediteerd hebben
jijzult geaccrediteerd hebben
hijzal geaccrediteerd hebben
wijzullen geaccrediteerd hebben
julliezullen geaccrediteerd hebben
zijzullen geaccrediteerd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou accrediteren
jijzou accrediteren
hijzou accrediteren
wijzouden accrediteren
julliezouden accrediteren
zijzouden accrediteren
Perfect
ikzou geaccrediteerd hebben
jijzou geaccrediteerd hebben
hijzou geaccrediteerd hebben
wijzouden geaccrediteerd hebben
julliezouden geaccrediteerd hebben
zijzouden geaccrediteerd hebben
Imperative
Affirmative
jijaccrediteer
Your last searches