Dutch-Norwegian translation of afknappen

Translation of the word afknappen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

afknappen in Norwegian

afknappen
voorwerpenverb brytes av, briste, sprekke løs
  persoonverb bryte sammen
Similar words

 
 

afknappen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
afknappenafknappendafgeknapt
Present
ikknap af
jijknapt af
hijknapt af
wijknappen af
jullieknappen af
zijknappen af
Present perfect
ikheb afgeknapt
jijhebt afgeknapt
hijheeft afgeknapt
wijhebben afgeknapt
julliehebben afgeknapt
zijhebben afgeknapt
Past
ikknapte af
jijknapte af
hijknapte af
wijknapten af
jullieknapten af
zijknapten af
Past perfect
ikhad afgeknapt
jijhad afgeknapt
hijhad afgeknapt
wijhadden afgeknapt
julliehadden afgeknapt
zijhadden afgeknapt
Future
ikzal afknappen
jijzult afknappen
hijzal afknappen
wijzullen afknappen
julliezullen afknappen
zijzullen afknappen
Future perfect or future anterior
ikzal afgeknapt hebben
jijzult afgeknapt hebben
hijzal afgeknapt hebben
wijzullen afgeknapt hebben
julliezullen afgeknapt hebben
zijzullen afgeknapt hebben
Conditional
Imperfect
ikzou afknappen
jijzou afknappen
hijzou afknappen
wijzouden afknappen
julliezouden afknappen
zijzouden afknappen
Perfect
ikzou afgeknapt hebben
jijzou afgeknapt hebben
hijzou afgeknapt hebben
wijzouden afgeknapt hebben
julliezouden afgeknapt hebben
zijzouden afgeknapt hebben
Imperative
Affirmative
jijknap af
Your last searches