Dutch-Norwegian translation of beangstigen

Translation of the word beangstigen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

beangstigen in Norwegian

beangstigen
vreesverb skremme, forskrekke
Similar words

 
 

beangstigen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
beangstigenbeangstigendbeangstiigd
Present
ikbeangstiig
jijbeangstiigt
hijbeangstiigt
wijbeangstigen
julliebeangstigen
zijbeangstigen
Present perfect
ikheb beangstiigd
jijhebt beangstiigd
hijheeft beangstiigd
wijhebben beangstiigd
julliehebben beangstiigd
zijhebben beangstiigd
Past
ikbeangstiigde
jijbeangstiigde
hijbeangstiigde
wijbeangstiigden
julliebeangstiigden
zijbeangstiigden
Past perfect
ikhad beangstiigd
jijhad beangstiigd
hijhad beangstiigd
wijhadden beangstiigd
julliehadden beangstiigd
zijhadden beangstiigd
Future
ikzal beangstigen
jijzult beangstigen
hijzal beangstigen
wijzullen beangstigen
julliezullen beangstigen
zijzullen beangstigen
Future perfect or future anterior
ikzal beangstiigd hebben
jijzult beangstiigd hebben
hijzal beangstiigd hebben
wijzullen beangstiigd hebben
julliezullen beangstiigd hebben
zijzullen beangstiigd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou beangstigen
jijzou beangstigen
hijzou beangstigen
wijzouden beangstigen
julliezouden beangstigen
zijzouden beangstigen
Perfect
ikzou beangstiigd hebben
jijzou beangstiigd hebben
hijzou beangstiigd hebben
wijzouden beangstiigd hebben
julliezouden beangstiigd hebben
zijzouden beangstiigd hebben
Imperative
Affirmative
jijbeangstiig
Your last searches