Dutch-Norwegian translation of bebossen

Translation of the word bebossen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

bebossen in Norwegian

bebossen
algemeenverb plante skog
Similar words

 
 

bebossen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
bebossenbebossendbebost
Present
ikbebos
jijbebost
hijbebost
wijbebossen
julliebebossen
zijbebossen
Present perfect
ikheb bebost
jijhebt bebost
hijheeft bebost
wijhebben bebost
julliehebben bebost
zijhebben bebost
Past
ikbeboste
jijbeboste
hijbeboste
wijbebosten
julliebebosten
zijbebosten
Past perfect
ikhad bebost
jijhad bebost
hijhad bebost
wijhadden bebost
julliehadden bebost
zijhadden bebost
Future
ikzal bebossen
jijzult bebossen
hijzal bebossen
wijzullen bebossen
julliezullen bebossen
zijzullen bebossen
Future perfect or future anterior
ikzal bebost hebben
jijzult bebost hebben
hijzal bebost hebben
wijzullen bebost hebben
julliezullen bebost hebben
zijzullen bebost hebben
Conditional
Imperfect
ikzou bebossen
jijzou bebossen
hijzou bebossen
wijzouden bebossen
julliezouden bebossen
zijzouden bebossen
Perfect
ikzou bebost hebben
jijzou bebost hebben
hijzou bebost hebben
wijzouden bebost hebben
julliezouden bebost hebben
zijzouden bebost hebben
Imperative
Affirmative
jijbebos
Your last searches