Dutch-Norwegian translation of bebroeden

Translation of the word bebroeden from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

bebroeden in Norwegian

bebroeden
eiverb ruge, ruge på
Similar words

 
 

bebroeden as verb
InfinitivePresent participlePast participle
bebroedenbebroedendbebroed
Present
ikbebroed
jijbebroedt
hijbebroedt
wijbebroeden
julliebebroeden
zijbebroeden
Present perfect
ikheb bebroed
jijhebt bebroed
hijheeft bebroed
wijhebben bebroed
julliehebben bebroed
zijhebben bebroed
Past
ikbebroedde
jijbebroedde
hijbebroedde
wijbebroedden
julliebebroedden
zijbebroedden
Past perfect
ikhad bebroed
jijhad bebroed
hijhad bebroed
wijhadden bebroed
julliehadden bebroed
zijhadden bebroed
Future
ikzal bebroeden
jijzult bebroeden
hijzal bebroeden
wijzullen bebroeden
julliezullen bebroeden
zijzullen bebroeden
Future perfect or future anterior
ikzal bebroed hebben
jijzult bebroed hebben
hijzal bebroed hebben
wijzullen bebroed hebben
julliezullen bebroed hebben
zijzullen bebroed hebben
Conditional
Imperfect
ikzou bebroeden
jijzou bebroeden
hijzou bebroeden
wijzouden bebroeden
julliezouden bebroeden
zijzouden bebroeden
Perfect
ikzou bebroed hebben
jijzou bebroed hebben
hijzou bebroed hebben
wijzouden bebroed hebben
julliezouden bebroed hebben
zijzouden bebroed hebben
Imperative
Affirmative
jijbebroed
Your last searches