Dutch-Norwegian translation of besturen

Translation of the word besturen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

besturen in Norwegian

besturen
voertuigenverb manøvrere, styre, kjøre
  luchtvaartverb foregående
  bedrijfverb styre, lede, veilede, drive
  politiekverb styre, regjere, herske over
Similar words

 
 

besturen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
besturenbesturendbestuurd
Present
ikbestuur
jijbestuurt
hijbestuurt
wijbesturen
julliebesturen
zijbesturen
Present perfect
ikheb bestuurd
jijhebt bestuurd
hijheeft bestuurd
wijhebben bestuurd
julliehebben bestuurd
zijhebben bestuurd
Past
ikbestuurde
jijbestuurde
hijbestuurde
wijbestuurden
julliebestuurden
zijbestuurden
Past perfect
ikhad bestuurd
jijhad bestuurd
hijhad bestuurd
wijhadden bestuurd
julliehadden bestuurd
zijhadden bestuurd
Future
ikzal besturen
jijzult besturen
hijzal besturen
wijzullen besturen
julliezullen besturen
zijzullen besturen
Future perfect or future anterior
ikzal bestuurd hebben
jijzult bestuurd hebben
hijzal bestuurd hebben
wijzullen bestuurd hebben
julliezullen bestuurd hebben
zijzullen bestuurd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou besturen
jijzou besturen
hijzou besturen
wijzouden besturen
julliezouden besturen
zijzouden besturen
Perfect
ikzou bestuurd hebben
jijzou bestuurd hebben
hijzou bestuurd hebben
wijzouden bestuurd hebben
julliezouden bestuurd hebben
zijzouden bestuurd hebben
Imperative
Affirmative
jijbestuur
Your last searches