Dutch-Norwegian translation of bezighouden

Translation of the word bezighouden from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

bezighouden in Norwegian

bezighouden
algemeenverb roe, underholde
  amuserenverb underholde, roe, fornøye
Similar words

 
 

bezighouden as verb
InfinitivePresent participlePast participle
bezighoudenbezighoudendbeziggehouden
Present
ikhoud bezig; hou bezig
jijhoudt bezig
hijhoudt bezig
wijhouden bezig
julliehouden bezig
zijhouden bezig
Present perfect
ikheb beziggehouden
jijhebt beziggehouden
hijheeft beziggehouden
wijhebben beziggehouden
julliehebben beziggehouden
zijhebben beziggehouden
Past
ikhield bezig
jijhield bezig
hijhield bezig
wijhielden bezig
julliehielden bezig
zijhielden bezig
Past perfect
ikhad beziggehouden
jijhad beziggehouden
hijhad beziggehouden
wijhadden beziggehouden
julliehadden beziggehouden
zijhadden beziggehouden
Future
ikzal bezighouden
jijzult bezighouden
hijzal bezighouden
wijzullen bezighouden
julliezullen bezighouden
zijzullen bezighouden
Future perfect or future anterior
ikzal beziggehouden hebben
jijzult beziggehouden hebben
hijzal beziggehouden hebben
wijzullen beziggehouden hebben
julliezullen beziggehouden hebben
zijzullen beziggehouden hebben
Conditional
Imperfect
ikzou bezighouden
jijzou bezighouden
hijzou bezighouden
wijzouden bezighouden
julliezouden bezighouden
zijzouden bezighouden
Perfect
ikzou beziggehouden hebben
jijzou beziggehouden hebben
hijzou beziggehouden hebben
wijzouden beziggehouden hebben
julliezouden beziggehouden hebben
zijzouden beziggehouden hebben
Imperative
Affirmative
jijhoud bezig; hou bezig
Your last searches