Dutch-Norwegian translation of bibberen

Translation of the word bibberen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

bibberen in Norwegian

bibberen
kouverb skjelve, skjelve, skjelve, hutre
  vreesverb skjelve, skjelve, skjelve
Similar words

 
 

bibberen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
bibberenbibberendgebibberd
Present
ikbibber
jijbibbert
hijbibbert
wijbibberen
julliebibberen
zijbibberen
Present perfect
ikheb gebibberd
jijhebt gebibberd
hijheeft gebibberd
wijhebben gebibberd
julliehebben gebibberd
zijhebben gebibberd
Past
ikbibberde
jijbibberde
hijbibberde
wijbibberden
julliebibberden
zijbibberden
Past perfect
ikhad gebibberd
jijhad gebibberd
hijhad gebibberd
wijhadden gebibberd
julliehadden gebibberd
zijhadden gebibberd
Future
ikzal bibberen
jijzult bibberen
hijzal bibberen
wijzullen bibberen
julliezullen bibberen
zijzullen bibberen
Future perfect or future anterior
ikzal gebibberd hebben
jijzult gebibberd hebben
hijzal gebibberd hebben
wijzullen gebibberd hebben
julliezullen gebibberd hebben
zijzullen gebibberd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou bibberen
jijzou bibberen
hijzou bibberen
wijzouden bibberen
julliezouden bibberen
zijzouden bibberen
Perfect
ikzou gebibberd hebben
jijzou gebibberd hebben
hijzou gebibberd hebben
wijzouden gebibberd hebben
julliezouden gebibberd hebben
zijzouden gebibberd hebben
Imperative
Affirmative
jijbibber
Your last searches