Dutch-Norwegian translation of completeren

Translation of the word completeren from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

completeren in Norwegian

completeren
bedragverb komplettere
  drankenverb fylle på
Similar words

 
 

completeren as verb
InfinitivePresent participlePast participle
completerencompleterendgecompleteerd
Present
ikcompleteer
jijcompleteert
hijcompleteert
wijcompleteren
julliecompleteren
zijcompleteren
Present perfect
ikheb gecompleteerd
jijhebt gecompleteerd
hijheeft gecompleteerd
wijhebben gecompleteerd
julliehebben gecompleteerd
zijhebben gecompleteerd
Past
ikcompleteerde
jijcompleteerde
hijcompleteerde
wijcompleteerden
julliecompleteerden
zijcompleteerden
Past perfect
ikhad gecompleteerd
jijhad gecompleteerd
hijhad gecompleteerd
wijhadden gecompleteerd
julliehadden gecompleteerd
zijhadden gecompleteerd
Future
ikzal completeren
jijzult completeren
hijzal completeren
wijzullen completeren
julliezullen completeren
zijzullen completeren
Future perfect or future anterior
ikzal gecompleteerd hebben
jijzult gecompleteerd hebben
hijzal gecompleteerd hebben
wijzullen gecompleteerd hebben
julliezullen gecompleteerd hebben
zijzullen gecompleteerd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou completeren
jijzou completeren
hijzou completeren
wijzouden completeren
julliezouden completeren
zijzouden completeren
Perfect
ikzou gecompleteerd hebben
jijzou gecompleteerd hebben
hijzou gecompleteerd hebben
wijzouden gecompleteerd hebben
julliezouden gecompleteerd hebben
zijzouden gecompleteerd hebben
Imperative
Affirmative
jijcompleteer
Your last searches