Dutch-Norwegian translation of delegeren

Translation of the word delegeren from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

delegeren in Norwegian

delegeren
vertegenwoordigerverb delegere, utse
  machtverb delegere, overlate
Similar words

 
 

delegeren as verb
InfinitivePresent participlePast participle
delegerendelegerendgedelegeerd
Present
ikdelegeer
jijdelegeert
hijdelegeert
wijdelegeren
julliedelegeren
zijdelegeren
Present perfect
ikheb gedelegeerd
jijhebt gedelegeerd
hijheeft gedelegeerd
wijhebben gedelegeerd
julliehebben gedelegeerd
zijhebben gedelegeerd
Past
ikdelegeerde
jijdelegeerde
hijdelegeerde
wijdelegeerden
julliedelegeerden
zijdelegeerden
Past perfect
ikhad gedelegeerd
jijhad gedelegeerd
hijhad gedelegeerd
wijhadden gedelegeerd
julliehadden gedelegeerd
zijhadden gedelegeerd
Future
ikzal delegeren
jijzult delegeren
hijzal delegeren
wijzullen delegeren
julliezullen delegeren
zijzullen delegeren
Future perfect or future anterior
ikzal gedelegeerd hebben
jijzult gedelegeerd hebben
hijzal gedelegeerd hebben
wijzullen gedelegeerd hebben
julliezullen gedelegeerd hebben
zijzullen gedelegeerd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou delegeren
jijzou delegeren
hijzou delegeren
wijzouden delegeren
julliezouden delegeren
zijzouden delegeren
Perfect
ikzou gedelegeerd hebben
jijzou gedelegeerd hebben
hijzou gedelegeerd hebben
wijzouden gedelegeerd hebben
julliezouden gedelegeerd hebben
zijzouden gedelegeerd hebben
Imperative
Affirmative
jijdelegeer
Your last searches