Dutch-Norwegian translation of handhaven

Translation of the word handhaven from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

handhaven in Norwegian

handhaven
betrekkingenverb opprettholde
  autoriteitverb hevde
  rechtverb opprettholde
  situatieverb bevare, beholde
Similar words

 
 

handhaven as verb
InfinitivePresent participlePast participle
handhavenhandhavendgehandhaafd
Present
ikhandhaaf
jijhandhaaft
hijhandhaaft
wijhandhaven
julliehandhaven
zijhandhaven
Present perfect
ikheb gehandhaafd
jijhebt gehandhaafd
hijheeft gehandhaafd
wijhebben gehandhaafd
julliehebben gehandhaafd
zijhebben gehandhaafd
Past
ikhandhaafde
jijhandhaafde
hijhandhaafde
wijhandhaafden
julliehandhaafden
zijhandhaafden
Past perfect
ikhad gehandhaafd
jijhad gehandhaafd
hijhad gehandhaafd
wijhadden gehandhaafd
julliehadden gehandhaafd
zijhadden gehandhaafd
Future
ikzal handhaven
jijzult handhaven
hijzal handhaven
wijzullen handhaven
julliezullen handhaven
zijzullen handhaven
Future perfect or future anterior
ikzal gehandhaafd hebben
jijzult gehandhaafd hebben
hijzal gehandhaafd hebben
wijzullen gehandhaafd hebben
julliezullen gehandhaafd hebben
zijzullen gehandhaafd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou handhaven
jijzou handhaven
hijzou handhaven
wijzouden handhaven
julliezouden handhaven
zijzouden handhaven
Perfect
ikzou gehandhaafd hebben
jijzou gehandhaafd hebben
hijzou gehandhaafd hebben
wijzouden gehandhaafd hebben
julliezouden gehandhaafd hebben
zijzouden gehandhaafd hebben
Imperative
Affirmative
jijhandhaaf
Your last searches