Dutch-Norwegian translation of het menen

Translation of the word het menen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

het menen in Norwegian

het menen
waarheidverb mene alvor
Similar words

 
 

het menen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
het menenhet menendgehet meend
Present
ikhet meen
jijhet meent
hijhet meent
wijhet menen
julliehet menen
zijhet menen
Present perfect
ikheb gehet meend
jijhebt gehet meend
hijheeft gehet meend
wijhebben gehet meend
julliehebben gehet meend
zijhebben gehet meend
Past
ikhet meende
jijhet meende
hijhet meende
wijhet meenden
julliehet meenden
zijhet meenden
Past perfect
ikhad gehet meend
jijhad gehet meend
hijhad gehet meend
wijhadden gehet meend
julliehadden gehet meend
zijhadden gehet meend
Future
ikzal het menen
jijzult het menen
hijzal het menen
wijzullen het menen
julliezullen het menen
zijzullen het menen
Future perfect or future anterior
ikzal gehet meend hebben
jijzult gehet meend hebben
hijzal gehet meend hebben
wijzullen gehet meend hebben
julliezullen gehet meend hebben
zijzullen gehet meend hebben
Conditional
Imperfect
ikzou het menen
jijzou het menen
hijzou het menen
wijzouden het menen
julliezouden het menen
zijzouden het menen
Perfect
ikzou gehet meend hebben
jijzou gehet meend hebben
hijzou gehet meend hebben
wijzouden gehet meend hebben
julliezouden gehet meend hebben
zijzouden gehet meend hebben
Imperative
Affirmative
jijhet meen
Your last searches