Dutch-Norwegian translation of het zat zijn

Translation of the word het zat zijn from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

het zat zijn in Norwegian

het zat zijn
interesserenverb være trøtt av, være trøtt på, være trøtt av alt, ha fått nok
Examples with translation
Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.
Alle paarden zijn dieren, maar niet alle dieren zijn paarden.
Citroenen zijn zuur.
Ik bewonder zijn moed.
Bouwmaterialen zijn tegenwoordig heel duur.
Wat zou de wereld zonder vrouwen zijn?
De mensen zijn geneigd om hun toekomstige noden te onderschatten.
Appelen zijn gewoonlijk groen, geel of rood.
Similar words

 
 

het zat zijn as verb
InfinitivePresent participlePast participle
het zat zijnzijndgehet zat weest
Present
ikhet zat ben
jijhet zat bent
hijhet zat is
wijhet zat zijn
julliehet zat zijn
zijhet zat zijn
Present perfect
ikben gehet zat weest
jijbent gehet zat weest
hijis gehet zat weest
wijzijn gehet zat weest
julliezijn gehet zat weest
zijzijn gehet zat weest
Past
ikhet zat was
jijhet zat was
hijhet zat was
wijhet zat waren
julliehet zat waren
zijhet zat waren
Past perfect
ikwas gehet zat weest
jijwas gehet zat weest
hijwas gehet zat weest
wijwaren gehet zat weest
julliewaren gehet zat weest
zijwaren gehet zat weest
Future
ikzal het zat zijn
jijzult het zat zijn
hijzal het zat zijn
wijzullen het zat zijn
julliezullen het zat zijn
zijzullen het zat zijn
Future perfect or future anterior
ikzal gehet zat weest zijn; wezen
jijzult gehet zat weest zijn; wezen
hijzal gehet zat weest zijn; wezen
wijzullen gehet zat weest zijn; wezen
julliezullen gehet zat weest zijn; wezen
zijzullen gehet zat weest zijn; wezen
Conditional
Imperfect
ikzou het zat zijn
jijzou het zat zijn
hijzou het zat zijn
wijzouden het zat zijn
julliezouden het zat zijn
zijzouden het zat zijn
Perfect
ikzou gehet zat weest zijn; wezen
jijzou gehet zat weest zijn; wezen
hijzou gehet zat weest zijn; wezen
wijzouden gehet zat weest zijn; wezen
julliezouden gehet zat weest zijn; wezen
zijzouden gehet zat weest zijn; wezen
Imperative
Affirmative
jijhet zat wees
Your last searches