Dutch-Norwegian translation of ijzelen

Translation of the word ijzelen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

ijzelen in Norwegian

ijzelen
meteorologieverb fryse til
Similar words

 
 

ijzelen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
ijzelenijzelendgeijzeld
Present
ikijzel
jijijzelt
hijijzelt
wijijzelen
jullieijzelen
zijijzelen
Present perfect
ikheb geijzeld
jijhebt geijzeld
hijheeft geijzeld
wijhebben geijzeld
julliehebben geijzeld
zijhebben geijzeld
Past
ikijzelde
jijijzelde
hijijzelde
wijijzelden
jullieijzelden
zijijzelden
Past perfect
ikhad geijzeld
jijhad geijzeld
hijhad geijzeld
wijhadden geijzeld
julliehadden geijzeld
zijhadden geijzeld
Future
ikzal ijzelen
jijzult ijzelen
hijzal ijzelen
wijzullen ijzelen
julliezullen ijzelen
zijzullen ijzelen
Future perfect or future anterior
ikzal geijzeld hebben
jijzult geijzeld hebben
hijzal geijzeld hebben
wijzullen geijzeld hebben
julliezullen geijzeld hebben
zijzullen geijzeld hebben
Conditional
Imperfect
ikzou ijzelen
jijzou ijzelen
hijzou ijzelen
wijzouden ijzelen
julliezouden ijzelen
zijzouden ijzelen
Perfect
ikzou geijzeld hebben
jijzou geijzeld hebben
hijzou geijzeld hebben
wijzouden geijzeld hebben
julliezouden geijzeld hebben
zijzouden geijzeld hebben
Imperative
Affirmative
jijijzel
Your last searches