Dutch-Norwegian translation of kaatsen

Translation of the word kaatsen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

kaatsen in Norwegian

kaatsen
balverb stusse
Similar words

 
 

kaatsen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
kaatsenkaatsendgekaatst
Present
ikkaats
jijkaatst
hijkaatst
wijkaatsen
julliekaatsen
zijkaatsen
Present perfect
ikheb gekaatst
jijhebt gekaatst
hijheeft gekaatst
wijhebben gekaatst
julliehebben gekaatst
zijhebben gekaatst
Past
ikkaatste
jijkaatste
hijkaatste
wijkaatsten
julliekaatsten
zijkaatsten
Past perfect
ikhad gekaatst
jijhad gekaatst
hijhad gekaatst
wijhadden gekaatst
julliehadden gekaatst
zijhadden gekaatst
Future
ikzal kaatsen
jijzult kaatsen
hijzal kaatsen
wijzullen kaatsen
julliezullen kaatsen
zijzullen kaatsen
Future perfect or future anterior
ikzal gekaatst hebben
jijzult gekaatst hebben
hijzal gekaatst hebben
wijzullen gekaatst hebben
julliezullen gekaatst hebben
zijzullen gekaatst hebben
Conditional
Imperfect
ikzou kaatsen
jijzou kaatsen
hijzou kaatsen
wijzouden kaatsen
julliezouden kaatsen
zijzouden kaatsen
Perfect
ikzou gekaatst hebben
jijzou gekaatst hebben
hijzou gekaatst hebben
wijzouden gekaatst hebben
julliezouden gekaatst hebben
zijzouden gekaatst hebben
Imperative
Affirmative
jijkaats
Your last searches