Dutch-Norwegian translation of kietelen

Translation of the word kietelen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

kietelen in Norwegian

kietelen
zintuiglijke gewaarwordingverb kile, kløe
Similar words

 
 

kietelen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
kietelenkietelendgekieteld
Present
ikkietel
jijkietelt
hijkietelt
wijkietelen
julliekietelen
zijkietelen
Present perfect
ikheb gekieteld
jijhebt gekieteld
hijheeft gekieteld
wijhebben gekieteld
julliehebben gekieteld
zijhebben gekieteld
Past
ikkietelde
jijkietelde
hijkietelde
wijkietelden
julliekietelden
zijkietelden
Past perfect
ikhad gekieteld
jijhad gekieteld
hijhad gekieteld
wijhadden gekieteld
julliehadden gekieteld
zijhadden gekieteld
Future
ikzal kietelen
jijzult kietelen
hijzal kietelen
wijzullen kietelen
julliezullen kietelen
zijzullen kietelen
Future perfect or future anterior
ikzal gekieteld hebben
jijzult gekieteld hebben
hijzal gekieteld hebben
wijzullen gekieteld hebben
julliezullen gekieteld hebben
zijzullen gekieteld hebben
Conditional
Imperfect
ikzou kietelen
jijzou kietelen
hijzou kietelen
wijzouden kietelen
julliezouden kietelen
zijzouden kietelen
Perfect
ikzou gekieteld hebben
jijzou gekieteld hebben
hijzou gekieteld hebben
wijzouden gekieteld hebben
julliezouden gekieteld hebben
zijzouden gekieteld hebben
Imperative
Affirmative
jijkietel
Your last searches