Dutch-Norwegian translation of ontploffen

Translation of the word ontploffen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

ontploffen in Norwegian

ontploffen
springstoffenverb detonere, eksplodere
Similar words

 
 

ontploffen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
ontploffenontploffendontploft
Present
ikontplof
jijontploft
hijontploft
wijontploffen
jullieontploffen
zijontploffen
Present perfect
ikben ontploft
jijbent ontploft
hijis ontploft
wijzijn ontploft
julliezijn ontploft
zijzijn ontploft
Past
ikontplofte
jijontplofte
hijontplofte
wijontploften
jullieontploften
zijontploften
Past perfect
ikwas ontploft
jijwas ontploft
hijwas ontploft
wijwaren ontploft
julliewaren ontploft
zijwaren ontploft
Future
ikzal ontploffen
jijzult ontploffen
hijzal ontploffen
wijzullen ontploffen
julliezullen ontploffen
zijzullen ontploffen
Future perfect or future anterior
ikzal ontploft zijn; wezen
jijzult ontploft zijn; wezen
hijzal ontploft zijn; wezen
wijzullen ontploft zijn; wezen
julliezullen ontploft zijn; wezen
zijzullen ontploft zijn; wezen
Conditional
Imperfect
ikzou ontploffen
jijzou ontploffen
hijzou ontploffen
wijzouden ontploffen
julliezouden ontploffen
zijzouden ontploffen
Perfect
ikzou ontploft zijn; wezen
jijzou ontploft zijn; wezen
hijzou ontploft zijn; wezen
wijzouden ontploft zijn; wezen
julliezouden ontploft zijn; wezen
zijzouden ontploft zijn; wezen
Imperative
Affirmative
jijontplof
Your last searches