Dutch-Norwegian translation of ontsteken

Translation of the word ontsteken from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

ontsteken in Norwegian

ontsteken
open haardverb antenne, tenne på
  vuurverb tenne, antenne, sette ild på
  geneeskundeverb bli betent
Similar words

 
 

ontsteken as verb
InfinitivePresent participlePast participle
ontstekenontstekendontstoken
Present
ikontsteek
jijontsteekt
hijontsteekt
wijontsteken
jullieontsteken
zijontsteken
Present perfect
ikheb ontstoken
jijhebt ontstoken
hijheeft ontstoken
wijhebben ontstoken
julliehebben ontstoken
zijhebben ontstoken
Past
ikontstak
jijontstak
hijontstak
wijontstaken
jullieontstaken
zijontstaken
Past perfect
ikhad ontstoken
jijhad ontstoken
hijhad ontstoken
wijhadden ontstoken
julliehadden ontstoken
zijhadden ontstoken
Future
ikzal ontsteken
jijzult ontsteken
hijzal ontsteken
wijzullen ontsteken
julliezullen ontsteken
zijzullen ontsteken
Future perfect or future anterior
ikzal ontstoken hebben
jijzult ontstoken hebben
hijzal ontstoken hebben
wijzullen ontstoken hebben
julliezullen ontstoken hebben
zijzullen ontstoken hebben
Conditional
Imperfect
ikzou ontsteken
jijzou ontsteken
hijzou ontsteken
wijzouden ontsteken
julliezouden ontsteken
zijzouden ontsteken
Perfect
ikzou ontstoken hebben
jijzou ontstoken hebben
hijzou ontstoken hebben
wijzouden ontstoken hebben
julliezouden ontstoken hebben
zijzouden ontstoken hebben
Imperative
Affirmative
jijontsteek
Your last searches