Dutch-Norwegian translation of optellen

Translation of the word optellen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

optellen in Norwegian

optellen
berekeningverb regne sammen
  wiskundeverb regne, regne opp, regne sammen, addere, summere
Similar words

 
 

optellen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
optellenoptellendopgeteld
Present
iktel op
jijtelt op
hijtelt op
wijtellen op
jullietellen op
zijtellen op
Present perfect
ikheb opgeteld
jijhebt opgeteld
hijheeft opgeteld
wijhebben opgeteld
julliehebben opgeteld
zijhebben opgeteld
Past
iktelde op
jijtelde op
hijtelde op
wijtelden op
jullietelden op
zijtelden op
Past perfect
ikhad opgeteld
jijhad opgeteld
hijhad opgeteld
wijhadden opgeteld
julliehadden opgeteld
zijhadden opgeteld
Future
ikzal optellen
jijzult optellen
hijzal optellen
wijzullen optellen
julliezullen optellen
zijzullen optellen
Future perfect or future anterior
ikzal opgeteld hebben
jijzult opgeteld hebben
hijzal opgeteld hebben
wijzullen opgeteld hebben
julliezullen opgeteld hebben
zijzullen opgeteld hebben
Conditional
Imperfect
ikzou optellen
jijzou optellen
hijzou optellen
wijzouden optellen
julliezouden optellen
zijzouden optellen
Perfect
ikzou opgeteld hebben
jijzou opgeteld hebben
hijzou opgeteld hebben
wijzouden opgeteld hebben
julliezouden opgeteld hebben
zijzouden opgeteld hebben
Imperative
Affirmative
jijtel op
Your last searches