Dutch-Norwegian translation of opvullen

Translation of the word opvullen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

opvullen in Norwegian

opvullen
algemeenverb fylla
  doosverb fullpakke, fylla
  kussenverb stappe, vattere, fylla
  gatverb fylle opp, fylle igjen
Similar words

 
 

opvullen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
opvullenopvullendopgevuld
Present
ikvul op
jijvult op
hijvult op
wijvullen op
jullievullen op
zijvullen op
Present perfect
ikheb opgevuld
jijhebt opgevuld
hijheeft opgevuld
wijhebben opgevuld
julliehebben opgevuld
zijhebben opgevuld
Past
ikvulde op
jijvulde op
hijvulde op
wijvulden op
jullievulden op
zijvulden op
Past perfect
ikhad opgevuld
jijhad opgevuld
hijhad opgevuld
wijhadden opgevuld
julliehadden opgevuld
zijhadden opgevuld
Future
ikzal opvullen
jijzult opvullen
hijzal opvullen
wijzullen opvullen
julliezullen opvullen
zijzullen opvullen
Future perfect or future anterior
ikzal opgevuld hebben
jijzult opgevuld hebben
hijzal opgevuld hebben
wijzullen opgevuld hebben
julliezullen opgevuld hebben
zijzullen opgevuld hebben
Conditional
Imperfect
ikzou opvullen
jijzou opvullen
hijzou opvullen
wijzouden opvullen
julliezouden opvullen
zijzouden opvullen
Perfect
ikzou opgevuld hebben
jijzou opgevuld hebben
hijzou opgevuld hebben
wijzouden opgevuld hebben
julliezouden opgevuld hebben
zijzouden opgevuld hebben
Imperative
Affirmative
jijvul op
Your last searches