Dutch-Norwegian translation of salueren

Translation of the word salueren from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

salueren in Norwegian

salueren
militairverb gjøre honnør, helse
Similar words

 
 

salueren as verb
InfinitivePresent participlePast participle
saluerensaluerendgesalueerd
Present
iksalueer
jijsalueert
hijsalueert
wijsalueren
julliesalueren
zijsalueren
Present perfect
ikheb gesalueerd
jijhebt gesalueerd
hijheeft gesalueerd
wijhebben gesalueerd
julliehebben gesalueerd
zijhebben gesalueerd
Past
iksalueerde
jijsalueerde
hijsalueerde
wijsalueerden
julliesalueerden
zijsalueerden
Past perfect
ikhad gesalueerd
jijhad gesalueerd
hijhad gesalueerd
wijhadden gesalueerd
julliehadden gesalueerd
zijhadden gesalueerd
Future
ikzal salueren
jijzult salueren
hijzal salueren
wijzullen salueren
julliezullen salueren
zijzullen salueren
Future perfect or future anterior
ikzal gesalueerd hebben
jijzult gesalueerd hebben
hijzal gesalueerd hebben
wijzullen gesalueerd hebben
julliezullen gesalueerd hebben
zijzullen gesalueerd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou salueren
jijzou salueren
hijzou salueren
wijzouden salueren
julliezouden salueren
zijzouden salueren
Perfect
ikzou gesalueerd hebben
jijzou gesalueerd hebben
hijzou gesalueerd hebben
wijzouden gesalueerd hebben
julliezouden gesalueerd hebben
zijzouden gesalueerd hebben
Imperative
Affirmative
jijsalueer
Your last searches