Dutch-Norwegian translation of sudderen

Translation of the word sudderen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

sudderen in Norwegian

sudderen
intransitiefverb koke, kokes
  culinairverb syde
Similar words

 
 

sudderen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
sudderensudderendgesudderd
Present
iksudder
jijsuddert
hijsuddert
wijsudderen
julliesudderen
zijsudderen
Present perfect
ikheb gesudderd
jijhebt gesudderd
hijheeft gesudderd
wijhebben gesudderd
julliehebben gesudderd
zijhebben gesudderd
Past
iksudderde
jijsudderde
hijsudderde
wijsudderden
julliesudderden
zijsudderden
Past perfect
ikhad gesudderd
jijhad gesudderd
hijhad gesudderd
wijhadden gesudderd
julliehadden gesudderd
zijhadden gesudderd
Future
ikzal sudderen
jijzult sudderen
hijzal sudderen
wijzullen sudderen
julliezullen sudderen
zijzullen sudderen
Future perfect or future anterior
ikzal gesudderd hebben
jijzult gesudderd hebben
hijzal gesudderd hebben
wijzullen gesudderd hebben
julliezullen gesudderd hebben
zijzullen gesudderd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou sudderen
jijzou sudderen
hijzou sudderen
wijzouden sudderen
julliezouden sudderen
zijzouden sudderen
Perfect
ikzou gesudderd hebben
jijzou gesudderd hebben
hijzou gesudderd hebben
wijzouden gesudderd hebben
julliezouden gesudderd hebben
zijzouden gesudderd hebben
Imperative
Affirmative
jijsudder
Your last searches