Dutch-Norwegian translation of supponeren

Translation of the word supponeren from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

supponeren in Norwegian

supponeren
feitverb anta, forutsette
Similar words

 
 

supponeren as verb
InfinitivePresent participlePast participle
supponerensupponerendgesupponeerd
Present
iksupponeer
jijsupponeert
hijsupponeert
wijsupponeren
julliesupponeren
zijsupponeren
Present perfect
ikheb gesupponeerd
jijhebt gesupponeerd
hijheeft gesupponeerd
wijhebben gesupponeerd
julliehebben gesupponeerd
zijhebben gesupponeerd
Past
iksupponeerde
jijsupponeerde
hijsupponeerde
wijsupponeerden
julliesupponeerden
zijsupponeerden
Past perfect
ikhad gesupponeerd
jijhad gesupponeerd
hijhad gesupponeerd
wijhadden gesupponeerd
julliehadden gesupponeerd
zijhadden gesupponeerd
Future
ikzal supponeren
jijzult supponeren
hijzal supponeren
wijzullen supponeren
julliezullen supponeren
zijzullen supponeren
Future perfect or future anterior
ikzal gesupponeerd hebben
jijzult gesupponeerd hebben
hijzal gesupponeerd hebben
wijzullen gesupponeerd hebben
julliezullen gesupponeerd hebben
zijzullen gesupponeerd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou supponeren
jijzou supponeren
hijzou supponeren
wijzouden supponeren
julliezouden supponeren
zijzouden supponeren
Perfect
ikzou gesupponeerd hebben
jijzou gesupponeerd hebben
hijzou gesupponeerd hebben
wijzouden gesupponeerd hebben
julliezouden gesupponeerd hebben
zijzouden gesupponeerd hebben
Imperative
Affirmative
jijsupponeer
Your last searches