Dutch-Norwegian translation of trippelen

Translation of the word trippelen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

trippelen in Norwegian

trippelen
voetstappenverb trippe
  lopenverb traske
Similar words

 
 

trippelen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
trippelentrippelendgetrippeld
Present
iktrippel
jijtrippelt
hijtrippelt
wijtrippelen
jullietrippelen
zijtrippelen
Present perfect
ikheb getrippeld
jijhebt getrippeld
hijheeft getrippeld
wijhebben getrippeld
julliehebben getrippeld
zijhebben getrippeld
Past
iktrippelde
jijtrippelde
hijtrippelde
wijtrippelden
jullietrippelden
zijtrippelden
Past perfect
ikhad getrippeld
jijhad getrippeld
hijhad getrippeld
wijhadden getrippeld
julliehadden getrippeld
zijhadden getrippeld
Future
ikzal trippelen
jijzult trippelen
hijzal trippelen
wijzullen trippelen
julliezullen trippelen
zijzullen trippelen
Future perfect or future anterior
ikzal getrippeld hebben
jijzult getrippeld hebben
hijzal getrippeld hebben
wijzullen getrippeld hebben
julliezullen getrippeld hebben
zijzullen getrippeld hebben
Conditional
Imperfect
ikzou trippelen
jijzou trippelen
hijzou trippelen
wijzouden trippelen
julliezouden trippelen
zijzouden trippelen
Perfect
ikzou getrippeld hebben
jijzou getrippeld hebben
hijzou getrippeld hebben
wijzouden getrippeld hebben
julliezouden getrippeld hebben
zijzouden getrippeld hebben
Imperative
Affirmative
jijtrippel
Your last searches