Dutch-Norwegian translation of uitlaten

Translation of the word uitlaten from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

uitlaten in Norwegian

uitlaten
hondverb gå ut med, ta ut
  persoonverb slippe ut, slippe løs
  weglatenverb utelate, uteslutte
Similar words

 
 

uitlaten as verb
InfinitivePresent participlePast participle
uitlatenuitlatenduitgelaten
Present
iklaat uit
jijlaat uit
hijlaat uit
wijlaten uit
jullielaten uit
zijlaten uit
Present perfect
ikheb uitgelaten
jijhebt uitgelaten
hijheeft uitgelaten
wijhebben uitgelaten
julliehebben uitgelaten
zijhebben uitgelaten
Past
ikliet uit
jijliet uit
hijliet uit
wijlieten uit
jullielieten uit
zijlieten uit
Past perfect
ikhad uitgelaten
jijhad uitgelaten
hijhad uitgelaten
wijhadden uitgelaten
julliehadden uitgelaten
zijhadden uitgelaten
Future
ikzal uitlaten
jijzult uitlaten
hijzal uitlaten
wijzullen uitlaten
julliezullen uitlaten
zijzullen uitlaten
Future perfect or future anterior
ikzal uitgelaten hebben
jijzult uitgelaten hebben
hijzal uitgelaten hebben
wijzullen uitgelaten hebben
julliezullen uitgelaten hebben
zijzullen uitgelaten hebben
Conditional
Imperfect
ikzou uitlaten
jijzou uitlaten
hijzou uitlaten
wijzouden uitlaten
julliezouden uitlaten
zijzouden uitlaten
Perfect
ikzou uitgelaten hebben
jijzou uitgelaten hebben
hijzou uitgelaten hebben
wijzouden uitgelaten hebben
julliezouden uitgelaten hebben
zijzouden uitgelaten hebben
Imperative
Affirmative
jijlaat uit
Your last searches