Dutch-Norwegian translation of uitsteken

Translation of the word uitsteken from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

uitsteken in Norwegian

uitsteken
algemeenverb skyte fram, stå ut
  uitpuilenverb stikke ut, stikke fra
  handverb strekk
  constructieverb skyte fram, stikke ut
  voorwerpenverb skyte fram, stikke fra
Similar words

 
 

uitsteken as verb
InfinitivePresent participlePast participle
uitstekenuitstekenduitgestoken
Present
iksteek uit
jijsteekt uit
hijsteekt uit
wijsteken uit
julliesteken uit
zijsteken uit
Present perfect
ikheb uitgestoken
jijhebt uitgestoken
hijheeft uitgestoken
wijhebben uitgestoken
julliehebben uitgestoken
zijhebben uitgestoken
Past
ikstak uit
jijstak uit
hijstak uit
wijstaken uit
julliestaken uit
zijstaken uit
Past perfect
ikhad uitgestoken
jijhad uitgestoken
hijhad uitgestoken
wijhadden uitgestoken
julliehadden uitgestoken
zijhadden uitgestoken
Future
ikzal uitsteken
jijzult uitsteken
hijzal uitsteken
wijzullen uitsteken
julliezullen uitsteken
zijzullen uitsteken
Future perfect or future anterior
ikzal uitgestoken hebben
jijzult uitgestoken hebben
hijzal uitgestoken hebben
wijzullen uitgestoken hebben
julliezullen uitgestoken hebben
zijzullen uitgestoken hebben
Conditional
Imperfect
ikzou uitsteken
jijzou uitsteken
hijzou uitsteken
wijzouden uitsteken
julliezouden uitsteken
zijzouden uitsteken
Perfect
ikzou uitgestoken hebben
jijzou uitgestoken hebben
hijzou uitgestoken hebben
wijzouden uitgestoken hebben
julliezouden uitgestoken hebben
zijzouden uitgestoken hebben
Imperative
Affirmative
jijsteek uit
Your last searches