Dutch-Norwegian translation of wapenen

Translation of the word wapenen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

wapenen in Norwegian

wapenen
gewapend betonverb armere
  militairverb bevæpne
Similar words

 
 

wapenen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
wapenenwapenendgewapend
Present
ikwapen
jijwapent
hijwapent
wijwapenen
julliewapenen
zijwapenen
Present perfect
ikheb gewapend
jijhebt gewapend
hijheeft gewapend
wijhebben gewapend
julliehebben gewapend
zijhebben gewapend
Past
ikwapende
jijwapende
hijwapende
wijwapenden
julliewapenden
zijwapenden
Past perfect
ikhad gewapend
jijhad gewapend
hijhad gewapend
wijhadden gewapend
julliehadden gewapend
zijhadden gewapend
Future
ikzal wapenen
jijzult wapenen
hijzal wapenen
wijzullen wapenen
julliezullen wapenen
zijzullen wapenen
Future perfect or future anterior
ikzal gewapend hebben
jijzult gewapend hebben
hijzal gewapend hebben
wijzullen gewapend hebben
julliezullen gewapend hebben
zijzullen gewapend hebben
Conditional
Imperfect
ikzou wapenen
jijzou wapenen
hijzou wapenen
wijzouden wapenen
julliezouden wapenen
zijzouden wapenen
Perfect
ikzou gewapend hebben
jijzou gewapend hebben
hijzou gewapend hebben
wijzouden gewapend hebben
julliezouden gewapend hebben
zijzouden gewapend hebben
Imperative
Affirmative
jijwapen
Your last searches