Dutch-Norwegian translation of wassen

Translation of the word wassen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

wassen in Norwegian

wassen
lichaamsdeelverb vaske
  schoonmakenverb vaske
  kledingverb vaske
  persoonverb vaske
Similar words

 
 

wassen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
wassenwassendgewassen
Present
ikwas
jijwast
hijwast
wijwassen
julliewassen
zijwassen
Present perfect
ikheb gewassen
jijhebt gewassen
hijheeft gewassen
wijhebben gewassen
julliehebben gewassen
zijhebben gewassen
Past
ikwaste
jijwaste
hijwaste
wijwasten
julliewasten
zijwasten
Past perfect
ikhad gewassen
jijhad gewassen
hijhad gewassen
wijhadden gewassen
julliehadden gewassen
zijhadden gewassen
Future
ikzal wassen
jijzult wassen
hijzal wassen
wijzullen wassen
julliezullen wassen
zijzullen wassen
Future perfect or future anterior
ikzal gewassen hebben
jijzult gewassen hebben
hijzal gewassen hebben
wijzullen gewassen hebben
julliezullen gewassen hebben
zijzullen gewassen hebben
Conditional
Imperfect
ikzou wassen
jijzou wassen
hijzou wassen
wijzouden wassen
julliezouden wassen
zijzouden wassen
Perfect
ikzou gewassen hebben
jijzou gewassen hebben
hijzou gewassen hebben
wijzouden gewassen hebben
julliezouden gewassen hebben
zijzouden gewassen hebben
Imperative
Affirmative
jijwas
Your last searches