Dutch-Norwegian translation of weerleggen

Translation of the word weerleggen from dutch to norwegian, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

weerleggen in Norwegian

weerleggen
argumentverb vederlegg, motbevise, kullkaste
Similar words

 
 

weerleggen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
weerleggenweerleggendweerlegd
Present
ikweerleg
jijweerlegt
hijweerlegt
wijweerleggen
jullieweerleggen
zijweerleggen
Present perfect
ikheb weerlegd
jijhebt weerlegd
hijheeft weerlegd
wijhebben weerlegd
julliehebben weerlegd
zijhebben weerlegd
Past
ikweerlegde
jijweerlegde
hijweerlegde
wijweerlegden
jullieweerlegden
zijweerlegden
Past perfect
ikhad weerlegd
jijhad weerlegd
hijhad weerlegd
wijhadden weerlegd
julliehadden weerlegd
zijhadden weerlegd
Future
ikzal weerleggen
jijzult weerleggen
hijzal weerleggen
wijzullen weerleggen
julliezullen weerleggen
zijzullen weerleggen
Future perfect or future anterior
ikzal weerlegd hebben
jijzult weerlegd hebben
hijzal weerlegd hebben
wijzullen weerlegd hebben
julliezullen weerlegd hebben
zijzullen weerlegd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou weerleggen
jijzou weerleggen
hijzou weerleggen
wijzouden weerleggen
julliezouden weerleggen
zijzouden weerleggen
Perfect
ikzou weerlegd hebben
jijzou weerlegd hebben
hijzou weerlegd hebben
wijzouden weerlegd hebben
julliezouden weerlegd hebben
zijzouden weerlegd hebben
Imperative
Affirmative
jijweerleg
Your last searches