Dutch-Swedish translation of aanheffen

Translation of the word aanheffen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

aanheffen in Swedish

aanheffen
pratenverb stämma upp
Similar words

 
 

aanheffen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
aanheffenaanheffendaangeheven
Present
ikhef aan
jijheft aan
hijheft aan
wijheffen aan
jullieheffen aan
zijheffen aan
Present perfect
ikheb aangeheven
jijhebt aangeheven
hijheeft aangeheven
wijhebben aangeheven
julliehebben aangeheven
zijhebben aangeheven
Past
ikhief aan
jijhief aan
hijhief aan
wijhieven aan
julliehieven aan
zijhieven aan
Past perfect
ikhad aangeheven
jijhad aangeheven
hijhad aangeheven
wijhadden aangeheven
julliehadden aangeheven
zijhadden aangeheven
Future
ikzal aanheffen
jijzult aanheffen
hijzal aanheffen
wijzullen aanheffen
julliezullen aanheffen
zijzullen aanheffen
Future perfect or future anterior
ikzal aangeheven hebben
jijzult aangeheven hebben
hijzal aangeheven hebben
wijzullen aangeheven hebben
julliezullen aangeheven hebben
zijzullen aangeheven hebben
Conditional
Imperfect
ikzou aanheffen
jijzou aanheffen
hijzou aanheffen
wijzouden aanheffen
julliezouden aanheffen
zijzouden aanheffen
Perfect
ikzou aangeheven hebben
jijzou aangeheven hebben
hijzou aangeheven hebben
wijzouden aangeheven hebben
julliezouden aangeheven hebben
zijzouden aangeheven hebben
Imperative
Affirmative
jijhef aan
Your last searches