Dutch-Swedish translation of afrossen

Translation of the word afrossen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

afrossen in Swedish

afrossen
in elkaar slaanverb slå, klå upp
  strafverb klå, ge stryk, klå upp
  misdaadverb klå upp, ge stryk, puckla på
  afranselenverb piska, prygla, slå
Similar words

 
 

afrossen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
afrossenafrossendafgerost
Present
ikros af
jijrost af
hijrost af
wijrossen af
jullierossen af
zijrossen af
Present perfect
ikheb afgerost
jijhebt afgerost
hijheeft afgerost
wijhebben afgerost
julliehebben afgerost
zijhebben afgerost
Past
ikroste af
jijroste af
hijroste af
wijrosten af
jullierosten af
zijrosten af
Past perfect
ikhad afgerost
jijhad afgerost
hijhad afgerost
wijhadden afgerost
julliehadden afgerost
zijhadden afgerost
Future
ikzal afrossen
jijzult afrossen
hijzal afrossen
wijzullen afrossen
julliezullen afrossen
zijzullen afrossen
Future perfect or future anterior
ikzal afgerost hebben
jijzult afgerost hebben
hijzal afgerost hebben
wijzullen afgerost hebben
julliezullen afgerost hebben
zijzullen afgerost hebben
Conditional
Imperfect
ikzou afrossen
jijzou afrossen
hijzou afrossen
wijzouden afrossen
julliezouden afrossen
zijzouden afrossen
Perfect
ikzou afgerost hebben
jijzou afgerost hebben
hijzou afgerost hebben
wijzouden afgerost hebben
julliezouden afgerost hebben
zijzouden afgerost hebben
Imperative
Affirmative
jijros af
Your last searches