Dutch-Swedish translation of afschuimen

Translation of the word afschuimen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

afschuimen in Swedish

afschuimen
schuimverb avskumma
  melkverb skumma av
Similar words

 
 

afschuimen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
afschuimenafschuimendafgeschuimd
Present
ikschuim af
jijschuimt af
hijschuimt af
wijschuimen af
jullieschuimen af
zijschuimen af
Present perfect
ikheb afgeschuimd
jijhebt afgeschuimd
hijheeft afgeschuimd
wijhebben afgeschuimd
julliehebben afgeschuimd
zijhebben afgeschuimd
Past
ikschuimde af
jijschuimde af
hijschuimde af
wijschuimden af
jullieschuimden af
zijschuimden af
Past perfect
ikhad afgeschuimd
jijhad afgeschuimd
hijhad afgeschuimd
wijhadden afgeschuimd
julliehadden afgeschuimd
zijhadden afgeschuimd
Future
ikzal afschuimen
jijzult afschuimen
hijzal afschuimen
wijzullen afschuimen
julliezullen afschuimen
zijzullen afschuimen
Future perfect or future anterior
ikzal afgeschuimd hebben
jijzult afgeschuimd hebben
hijzal afgeschuimd hebben
wijzullen afgeschuimd hebben
julliezullen afgeschuimd hebben
zijzullen afgeschuimd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou afschuimen
jijzou afschuimen
hijzou afschuimen
wijzouden afschuimen
julliezouden afschuimen
zijzouden afschuimen
Perfect
ikzou afgeschuimd hebben
jijzou afgeschuimd hebben
hijzou afgeschuimd hebben
wijzouden afgeschuimd hebben
julliezouden afgeschuimd hebben
zijzouden afgeschuimd hebben
Imperative
Affirmative
jijschuim af
Your last searches