Dutch-Swedish translation of afstijgen

Translation of the word afstijgen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

afstijgen in Swedish

afstijgen
paardverb stiga av, gå av
Similar words

 
 

afstijgen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
afstijgenafstijgendafgestegen
Present
ikstijg af
jijstijgt af
hijstijgt af
wijstijgen af
julliestijgen af
zijstijgen af
Present perfect
ikben afgestegen
jijbent afgestegen
hijis afgestegen
wijzijn afgestegen
julliezijn afgestegen
zijzijn afgestegen
Past
iksteeg af
jijsteeg af
hijsteeg af
wijstegen af
julliestegen af
zijstegen af
Past perfect
ikwas afgestegen
jijwas afgestegen
hijwas afgestegen
wijwaren afgestegen
julliewaren afgestegen
zijwaren afgestegen
Future
ikzal afstijgen
jijzult afstijgen
hijzal afstijgen
wijzullen afstijgen
julliezullen afstijgen
zijzullen afstijgen
Future perfect or future anterior
ikzal afgestegen zijn; wezen
jijzult afgestegen zijn; wezen
hijzal afgestegen zijn; wezen
wijzullen afgestegen zijn; wezen
julliezullen afgestegen zijn; wezen
zijzullen afgestegen zijn; wezen
Conditional
Imperfect
ikzou afstijgen
jijzou afstijgen
hijzou afstijgen
wijzouden afstijgen
julliezouden afstijgen
zijzouden afstijgen
Perfect
ikzou afgestegen zijn; wezen
jijzou afgestegen zijn; wezen
hijzou afgestegen zijn; wezen
wijzouden afgestegen zijn; wezen
julliezouden afgestegen zijn; wezen
zijzouden afgestegen zijn; wezen
Imperative
Affirmative
jijstijg af
Your last searches