Dutch-Swedish translation of afstuderen

Translation of the word afstuderen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

afstuderen in Swedish

afstuderen
middelbare schoolverb avlägga examen, ta examen
Similar words

 
 

afstuderen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
afstuderenafstuderendafgestudeerd
Present
ikstudeer af
jijstudeert af
hijstudeert af
wijstuderen af
julliestuderen af
zijstuderen af
Present perfect
ikheb afgestudeerd
jijhebt afgestudeerd
hijheeft afgestudeerd
wijhebben afgestudeerd
julliehebben afgestudeerd
zijhebben afgestudeerd
Past
ikstudeerde af
jijstudeerde af
hijstudeerde af
wijstudeerden af
julliestudeerden af
zijstudeerden af
Past perfect
ikhad afgestudeerd
jijhad afgestudeerd
hijhad afgestudeerd
wijhadden afgestudeerd
julliehadden afgestudeerd
zijhadden afgestudeerd
Future
ikzal afstuderen
jijzult afstuderen
hijzal afstuderen
wijzullen afstuderen
julliezullen afstuderen
zijzullen afstuderen
Future perfect or future anterior
ikzal afgestudeerd hebben
jijzult afgestudeerd hebben
hijzal afgestudeerd hebben
wijzullen afgestudeerd hebben
julliezullen afgestudeerd hebben
zijzullen afgestudeerd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou afstuderen
jijzou afstuderen
hijzou afstuderen
wijzouden afstuderen
julliezouden afstuderen
zijzouden afstuderen
Perfect
ikzou afgestudeerd hebben
jijzou afgestudeerd hebben
hijzou afgestudeerd hebben
wijzouden afgestudeerd hebben
julliezouden afgestudeerd hebben
zijzouden afgestudeerd hebben
Imperative
Affirmative
jijstudeer af
Your last searches