Dutch-Swedish translation of aftreden

Translation of the word aftreden from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

aftreden in Swedish

aftreden
troonverb abdikera
Similar words

 
 

aftreden as verb
InfinitivePresent participlePast participle
aftredenaftredendafgetreden
Present
iktreed af
jijtreedt af
hijtreedt af
wijtreden af
jullietreden af
zijtreden af
Present perfect
ikben afgetreden
jijbent afgetreden
hijis afgetreden
wijzijn afgetreden
julliezijn afgetreden
zijzijn afgetreden
Past
iktrad af
jijtrad af
hijtrad af
wijtraden af
jullietraden af
zijtraden af
Past perfect
ikwas afgetreden
jijwas afgetreden
hijwas afgetreden
wijwaren afgetreden
julliewaren afgetreden
zijwaren afgetreden
Future
ikzal aftreden
jijzult aftreden
hijzal aftreden
wijzullen aftreden
julliezullen aftreden
zijzullen aftreden
Future perfect or future anterior
ikzal afgetreden zijn; wezen
jijzult afgetreden zijn; wezen
hijzal afgetreden zijn; wezen
wijzullen afgetreden zijn; wezen
julliezullen afgetreden zijn; wezen
zijzullen afgetreden zijn; wezen
Conditional
Imperfect
ikzou aftreden
jijzou aftreden
hijzou aftreden
wijzouden aftreden
julliezouden aftreden
zijzouden aftreden
Perfect
ikzou afgetreden zijn; wezen
jijzou afgetreden zijn; wezen
hijzou afgetreden zijn; wezen
wijzouden afgetreden zijn; wezen
julliezouden afgetreden zijn; wezen
zijzouden afgetreden zijn; wezen
Imperative
Affirmative
jijtreed af
Your last searches