Dutch-Swedish translation of afvaardigen

Translation of the word afvaardigen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

afvaardigen in Swedish

afvaardigen
vertegenwoordigerverb delegera, utse
Similar words

 
 

afvaardigen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
afvaardigenafvaardigendafgevaardigd
Present
ikvaardig af
jijvaardigt af
hijvaardigt af
wijvaardigen af
jullievaardigen af
zijvaardigen af
Present perfect
ikheb afgevaardigd
jijhebt afgevaardigd
hijheeft afgevaardigd
wijhebben afgevaardigd
julliehebben afgevaardigd
zijhebben afgevaardigd
Past
ikvaardigde af
jijvaardigde af
hijvaardigde af
wijvaardigden af
jullievaardigden af
zijvaardigden af
Past perfect
ikhad afgevaardigd
jijhad afgevaardigd
hijhad afgevaardigd
wijhadden afgevaardigd
julliehadden afgevaardigd
zijhadden afgevaardigd
Future
ikzal afvaardigen
jijzult afvaardigen
hijzal afvaardigen
wijzullen afvaardigen
julliezullen afvaardigen
zijzullen afvaardigen
Future perfect or future anterior
ikzal afgevaardigd hebben
jijzult afgevaardigd hebben
hijzal afgevaardigd hebben
wijzullen afgevaardigd hebben
julliezullen afgevaardigd hebben
zijzullen afgevaardigd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou afvaardigen
jijzou afvaardigen
hijzou afvaardigen
wijzouden afvaardigen
julliezouden afvaardigen
zijzouden afvaardigen
Perfect
ikzou afgevaardigd hebben
jijzou afgevaardigd hebben
hijzou afgevaardigd hebben
wijzouden afgevaardigd hebben
julliezouden afgevaardigd hebben
zijzouden afgevaardigd hebben
Imperative
Affirmative
jijvaardig af
Your last searches