Dutch-Swedish translation of afzadelen

Translation of the word afzadelen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

afzadelen in Swedish

afzadelen
paardverb sadla av
Similar words

 
 

afzadelen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
afzadelenafzadelendafgezadeld
Present
ikzadel af
jijzadelt af
hijzadelt af
wijzadelen af
julliezadelen af
zijzadelen af
Present perfect
ikheb afgezadeld
jijhebt afgezadeld
hijheeft afgezadeld
wijhebben afgezadeld
julliehebben afgezadeld
zijhebben afgezadeld
Past
ikzadelde af
jijzadelde af
hijzadelde af
wijzadelden af
julliezadelden af
zijzadelden af
Past perfect
ikhad afgezadeld
jijhad afgezadeld
hijhad afgezadeld
wijhadden afgezadeld
julliehadden afgezadeld
zijhadden afgezadeld
Future
ikzal afzadelen
jijzult afzadelen
hijzal afzadelen
wijzullen afzadelen
julliezullen afzadelen
zijzullen afzadelen
Future perfect or future anterior
ikzal afgezadeld hebben
jijzult afgezadeld hebben
hijzal afgezadeld hebben
wijzullen afgezadeld hebben
julliezullen afgezadeld hebben
zijzullen afgezadeld hebben
Conditional
Imperfect
ikzou afzadelen
jijzou afzadelen
hijzou afzadelen
wijzouden afzadelen
julliezouden afzadelen
zijzouden afzadelen
Perfect
ikzou afgezadeld hebben
jijzou afgezadeld hebben
hijzou afgezadeld hebben
wijzouden afgezadeld hebben
julliezouden afgezadeld hebben
zijzouden afgezadeld hebben
Imperative
Affirmative
jijzadel af
Your last searches