Dutch-Swedish translation of bedriegen

Translation of the word bedriegen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

bedriegen in Swedish

bedriegen
huwelijkverb vara otrogen
  bedrogverb lura, narra, bedra, dupera, vilseleda, förleda
  misdaadverb bedraga, lura
  persoonverb spela dubbelspel, lura, bedra
Similar words

 
 

bedriegen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
bedriegenbedriegendbedrogen
Present
ikbedrieg
jijbedriegt
hijbedriegt
wijbedriegen
julliebedriegen
zijbedriegen
Present perfect
ikheb bedrogen
jijhebt bedrogen
hijheeft bedrogen
wijhebben bedrogen
julliehebben bedrogen
zijhebben bedrogen
Past
ikbedroog
jijbedroog
hijbedroog
wijbedrogen
julliebedrogen
zijbedrogen
Past perfect
ikhad bedrogen
jijhad bedrogen
hijhad bedrogen
wijhadden bedrogen
julliehadden bedrogen
zijhadden bedrogen
Future
ikzal bedriegen
jijzult bedriegen
hijzal bedriegen
wijzullen bedriegen
julliezullen bedriegen
zijzullen bedriegen
Future perfect or future anterior
ikzal bedrogen hebben
jijzult bedrogen hebben
hijzal bedrogen hebben
wijzullen bedrogen hebben
julliezullen bedrogen hebben
zijzullen bedrogen hebben
Conditional
Imperfect
ikzou bedriegen
jijzou bedriegen
hijzou bedriegen
wijzouden bedriegen
julliezouden bedriegen
zijzouden bedriegen
Perfect
ikzou bedrogen hebben
jijzou bedrogen hebben
hijzou bedrogen hebben
wijzouden bedrogen hebben
julliezouden bedrogen hebben
zijzouden bedrogen hebben
Imperative
Affirmative
jijbedrieg
Your last searches