Dutch-Swedish translation of behoren

Translation of the word behoren from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

behoren in Swedish

behoren
eigendomverb tillhöra
  gedragverb passa, anstå, hövas, tillkomma
Similar words

 
 

behoren as verb
InfinitivePresent participlePast participle
behorenbehorendbehoord
Present
ikbehoor
jijbehoort
hijbehoort
wijbehoren
julliebehoren
zijbehoren
Present perfect
ikheb behoord
jijhebt behoord
hijheeft behoord
wijhebben behoord
julliehebben behoord
zijhebben behoord
Past
ikbehoorde
jijbehoorde
hijbehoorde
wijbehoorden
julliebehoorden
zijbehoorden
Past perfect
ikhad behoord
jijhad behoord
hijhad behoord
wijhadden behoord
julliehadden behoord
zijhadden behoord
Future
ikzal behoren
jijzult behoren
hijzal behoren
wijzullen behoren
julliezullen behoren
zijzullen behoren
Future perfect or future anterior
ikzal behoord hebben
jijzult behoord hebben
hijzal behoord hebben
wijzullen behoord hebben
julliezullen behoord hebben
zijzullen behoord hebben
Conditional
Imperfect
ikzou behoren
jijzou behoren
hijzou behoren
wijzouden behoren
julliezouden behoren
zijzouden behoren
Perfect
ikzou behoord hebben
jijzou behoord hebben
hijzou behoord hebben
wijzouden behoord hebben
julliezouden behoord hebben
zijzouden behoord hebben
Imperative
Affirmative
jijbehoor
Your last searches