Dutch-Swedish translation of bekoren

Translation of the word bekoren from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

bekoren in Swedish

bekoren
aantrekkingskrachtverb charmera, tjusa, fresta
  liefdeverb tjusa, charmera
  aantrekkenverb attrahera, fängsla, locka, hänrycka
Similar words

 
 

bekoren as verb
InfinitivePresent participlePast participle
bekorenbekorendbekoord
Present
ikbekoor
jijbekoort
hijbekoort
wijbekoren
julliebekoren
zijbekoren
Present perfect
ikheb bekoord
jijhebt bekoord
hijheeft bekoord
wijhebben bekoord
julliehebben bekoord
zijhebben bekoord
Past
ikbekoorde
jijbekoorde
hijbekoorde
wijbekoorden
julliebekoorden
zijbekoorden
Past perfect
ikhad bekoord
jijhad bekoord
hijhad bekoord
wijhadden bekoord
julliehadden bekoord
zijhadden bekoord
Future
ikzal bekoren
jijzult bekoren
hijzal bekoren
wijzullen bekoren
julliezullen bekoren
zijzullen bekoren
Future perfect or future anterior
ikzal bekoord hebben
jijzult bekoord hebben
hijzal bekoord hebben
wijzullen bekoord hebben
julliezullen bekoord hebben
zijzullen bekoord hebben
Conditional
Imperfect
ikzou bekoren
jijzou bekoren
hijzou bekoren
wijzouden bekoren
julliezouden bekoren
zijzouden bekoren
Perfect
ikzou bekoord hebben
jijzou bekoord hebben
hijzou bekoord hebben
wijzouden bekoord hebben
julliezouden bekoord hebben
zijzouden bekoord hebben
Imperative
Affirmative
jijbekoor
Your last searches