Dutch-Swedish translation of belegeren

Translation of the word belegeren from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

belegeren in Swedish

belegeren
militairverb belägra
Similar words

 
 

belegeren as verb
InfinitivePresent participlePast participle
belegerenbelegerendbelegeerd
Present
ikbelegeer
jijbelegeert
hijbelegeert
wijbelegeren
julliebelegeren
zijbelegeren
Present perfect
ikheb belegeerd
jijhebt belegeerd
hijheeft belegeerd
wijhebben belegeerd
julliehebben belegeerd
zijhebben belegeerd
Past
ikbelegeerde
jijbelegeerde
hijbelegeerde
wijbelegeerden
julliebelegeerden
zijbelegeerden
Past perfect
ikhad belegeerd
jijhad belegeerd
hijhad belegeerd
wijhadden belegeerd
julliehadden belegeerd
zijhadden belegeerd
Future
ikzal belegeren
jijzult belegeren
hijzal belegeren
wijzullen belegeren
julliezullen belegeren
zijzullen belegeren
Future perfect or future anterior
ikzal belegeerd hebben
jijzult belegeerd hebben
hijzal belegeerd hebben
wijzullen belegeerd hebben
julliezullen belegeerd hebben
zijzullen belegeerd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou belegeren
jijzou belegeren
hijzou belegeren
wijzouden belegeren
julliezouden belegeren
zijzouden belegeren
Perfect
ikzou belegeerd hebben
jijzou belegeerd hebben
hijzou belegeerd hebben
wijzouden belegeerd hebben
julliezouden belegeerd hebben
zijzouden belegeerd hebben
Imperative
Affirmative
jijbelegeer
Your last searches