Dutch-Swedish translation of bepleiten

Translation of the word bepleiten from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

bepleiten in Swedish

bepleiten
volhoudenverb försöka övertala, anmoda
Similar words

 
 

bepleiten as verb
InfinitivePresent participlePast participle
bepleitenbepleitendbepleit
Present
ikbepleit
jijbepleit
hijbepleit
wijbepleiten
julliebepleiten
zijbepleiten
Present perfect
ikheb bepleit
jijhebt bepleit
hijheeft bepleit
wijhebben bepleit
julliehebben bepleit
zijhebben bepleit
Past
ikbepleitte
jijbepleitte
hijbepleitte
wijbepleitten
julliebepleitten
zijbepleitten
Past perfect
ikhad bepleit
jijhad bepleit
hijhad bepleit
wijhadden bepleit
julliehadden bepleit
zijhadden bepleit
Future
ikzal bepleiten
jijzult bepleiten
hijzal bepleiten
wijzullen bepleiten
julliezullen bepleiten
zijzullen bepleiten
Future perfect or future anterior
ikzal bepleit hebben
jijzult bepleit hebben
hijzal bepleit hebben
wijzullen bepleit hebben
julliezullen bepleit hebben
zijzullen bepleit hebben
Conditional
Imperfect
ikzou bepleiten
jijzou bepleiten
hijzou bepleiten
wijzouden bepleiten
julliezouden bepleiten
zijzouden bepleiten
Perfect
ikzou bepleit hebben
jijzou bepleit hebben
hijzou bepleit hebben
wijzouden bepleit hebben
julliezouden bepleit hebben
zijzouden bepleit hebben
Imperative
Affirmative
jijbepleit
Your last searches