Dutch-Swedish translation of bezorgen

Translation of the word bezorgen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

bezorgen in Swedish

bezorgen
gevenverb skaffa
  briefverb dela ut, bära ut
  koopwaarverb leverera
Similar words

 
 

bezorgen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
bezorgenbezorgendbezorgd
Present
ikbezorg
jijbezorgt
hijbezorgt
wijbezorgen
julliebezorgen
zijbezorgen
Present perfect
ikheb bezorgd
jijhebt bezorgd
hijheeft bezorgd
wijhebben bezorgd
julliehebben bezorgd
zijhebben bezorgd
Past
ikbezorgde
jijbezorgde
hijbezorgde
wijbezorgden
julliebezorgden
zijbezorgden
Past perfect
ikhad bezorgd
jijhad bezorgd
hijhad bezorgd
wijhadden bezorgd
julliehadden bezorgd
zijhadden bezorgd
Future
ikzal bezorgen
jijzult bezorgen
hijzal bezorgen
wijzullen bezorgen
julliezullen bezorgen
zijzullen bezorgen
Future perfect or future anterior
ikzal bezorgd hebben
jijzult bezorgd hebben
hijzal bezorgd hebben
wijzullen bezorgd hebben
julliezullen bezorgd hebben
zijzullen bezorgd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou bezorgen
jijzou bezorgen
hijzou bezorgen
wijzouden bezorgen
julliezouden bezorgen
zijzouden bezorgen
Perfect
ikzou bezorgd hebben
jijzou bezorgd hebben
hijzou bezorgd hebben
wijzouden bezorgd hebben
julliezouden bezorgd hebben
zijzouden bezorgd hebben
Imperative
Affirmative
jijbezorg
Your last searches