Dutch-Swedish translation of gebruiken

Translation of the word gebruiken from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

gebruiken in Swedish

gebruiken
benzineverb förbruka
  invloedverb använda, bruka
  materiaalverb förbruka, göra slut på
  persoonverb utnyttja
  uitoefenenverb utöva, öva, använda
  toepassenverb använda, tillämpa, bruka
  aanwendenverb använda, bruka, begagna
Similar words

 
 

gebruiken as verb
InfinitivePresent participlePast participle
gebruikengebruikendgebruikt
Present
ikgebruik
jijgebruikt
hijgebruikt
wijgebruiken
julliegebruiken
zijgebruiken
Present perfect
ikheb gebruikt
jijhebt gebruikt
hijheeft gebruikt
wijhebben gebruikt
julliehebben gebruikt
zijhebben gebruikt
Past
ikgebruikte
jijgebruikte
hijgebruikte
wijgebruikten
julliegebruikten
zijgebruikten
Past perfect
ikhad gebruikt
jijhad gebruikt
hijhad gebruikt
wijhadden gebruikt
julliehadden gebruikt
zijhadden gebruikt
Future
ikzal gebruiken
jijzult gebruiken
hijzal gebruiken
wijzullen gebruiken
julliezullen gebruiken
zijzullen gebruiken
Future perfect or future anterior
ikzal gebruikt hebben
jijzult gebruikt hebben
hijzal gebruikt hebben
wijzullen gebruikt hebben
julliezullen gebruikt hebben
zijzullen gebruikt hebben
Conditional
Imperfect
ikzou gebruiken
jijzou gebruiken
hijzou gebruiken
wijzouden gebruiken
julliezouden gebruiken
zijzouden gebruiken
Perfect
ikzou gebruikt hebben
jijzou gebruikt hebben
hijzou gebruikt hebben
wijzouden gebruikt hebben
julliezouden gebruikt hebben
zijzouden gebruikt hebben
Imperative
Affirmative
jijgebruik
Your last searches