Dutch-Swedish translation of glanzen

Translation of the word glanzen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

glanzen in Swedish

glanzen
oppervlakteverb glänsa, glimma, göra glansig
  waterverb glittra, glänsa
  schijnenverb glimma, skimra
Similar words

 
 

glanzen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
glanzenglanzendgeglansd
Present
ikglans
jijglanst
hijglanst
wijglanzen
jullieglanzen
zijglanzen
Present perfect
ikheb geglansd
jijhebt geglansd
hijheeft geglansd
wijhebben geglansd
julliehebben geglansd
zijhebben geglansd
Past
ikglansde
jijglansde
hijglansde
wijglansden
jullieglansden
zijglansden
Past perfect
ikhad geglansd
jijhad geglansd
hijhad geglansd
wijhadden geglansd
julliehadden geglansd
zijhadden geglansd
Future
ikzal glanzen
jijzult glanzen
hijzal glanzen
wijzullen glanzen
julliezullen glanzen
zijzullen glanzen
Future perfect or future anterior
ikzal geglansd hebben
jijzult geglansd hebben
hijzal geglansd hebben
wijzullen geglansd hebben
julliezullen geglansd hebben
zijzullen geglansd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou glanzen
jijzou glanzen
hijzou glanzen
wijzouden glanzen
julliezouden glanzen
zijzouden glanzen
Perfect
ikzou geglansd hebben
jijzou geglansd hebben
hijzou geglansd hebben
wijzouden geglansd hebben
julliezouden geglansd hebben
zijzouden geglansd hebben
Imperative
Affirmative
jijglans
Your last searches