Dutch-Swedish translation of kotsen

Translation of the word kotsen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

kotsen in Swedish

kotsen
geneeskundeverb kräkas, kasta upp, ha kväljningar, spy [informal]
Similar words

 
 

kotsen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
kotsenkotsendgekotst
Present
ikkots
jijkotst
hijkotst
wijkotsen
julliekotsen
zijkotsen
Present perfect
ikheb gekotst
jijhebt gekotst
hijheeft gekotst
wijhebben gekotst
julliehebben gekotst
zijhebben gekotst
Past
ikkotste
jijkotste
hijkotste
wijkotsten
julliekotsten
zijkotsten
Past perfect
ikhad gekotst
jijhad gekotst
hijhad gekotst
wijhadden gekotst
julliehadden gekotst
zijhadden gekotst
Future
ikzal kotsen
jijzult kotsen
hijzal kotsen
wijzullen kotsen
julliezullen kotsen
zijzullen kotsen
Future perfect or future anterior
ikzal gekotst hebben
jijzult gekotst hebben
hijzal gekotst hebben
wijzullen gekotst hebben
julliezullen gekotst hebben
zijzullen gekotst hebben
Conditional
Imperfect
ikzou kotsen
jijzou kotsen
hijzou kotsen
wijzouden kotsen
julliezouden kotsen
zijzouden kotsen
Perfect
ikzou gekotst hebben
jijzou gekotst hebben
hijzou gekotst hebben
wijzouden gekotst hebben
julliezouden gekotst hebben
zijzouden gekotst hebben
Imperative
Affirmative
jijkots
Your last searches