Dutch-Swedish translation of kwispelen

Translation of the word kwispelen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

kwispelen in Swedish

kwispelen
staartverb vifta
Similar words

 
 

kwispelen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
kwispelenkwispelendgekwispeld
Present
ikkwispel
jijkwispelt
hijkwispelt
wijkwispelen
julliekwispelen
zijkwispelen
Present perfect
ikheb gekwispeld
jijhebt gekwispeld
hijheeft gekwispeld
wijhebben gekwispeld
julliehebben gekwispeld
zijhebben gekwispeld
Past
ikkwispelde
jijkwispelde
hijkwispelde
wijkwispelden
julliekwispelden
zijkwispelden
Past perfect
ikhad gekwispeld
jijhad gekwispeld
hijhad gekwispeld
wijhadden gekwispeld
julliehadden gekwispeld
zijhadden gekwispeld
Future
ikzal kwispelen
jijzult kwispelen
hijzal kwispelen
wijzullen kwispelen
julliezullen kwispelen
zijzullen kwispelen
Future perfect or future anterior
ikzal gekwispeld hebben
jijzult gekwispeld hebben
hijzal gekwispeld hebben
wijzullen gekwispeld hebben
julliezullen gekwispeld hebben
zijzullen gekwispeld hebben
Conditional
Imperfect
ikzou kwispelen
jijzou kwispelen
hijzou kwispelen
wijzouden kwispelen
julliezouden kwispelen
zijzouden kwispelen
Perfect
ikzou gekwispeld hebben
jijzou gekwispeld hebben
hijzou gekwispeld hebben
wijzouden gekwispeld hebben
julliezouden gekwispeld hebben
zijzouden gekwispeld hebben
Imperative
Affirmative
jijkwispel
Your last searches