Dutch-Swedish translation of machtigen

Translation of the word machtigen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

machtigen in Swedish

machtigen
toestemmingverb ackreditera, befullmäktiga, auktorisera, bemyndiga
Similar words

 
 

machtigen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
machtigenmachtigendgemachtigd
Present
ikmachtig
jijmachtigt
hijmachtigt
wijmachtigen
julliemachtigen
zijmachtigen
Present perfect
ikheb gemachtigd
jijhebt gemachtigd
hijheeft gemachtigd
wijhebben gemachtigd
julliehebben gemachtigd
zijhebben gemachtigd
Past
ikmachtigde
jijmachtigde
hijmachtigde
wijmachtigden
julliemachtigden
zijmachtigden
Past perfect
ikhad gemachtigd
jijhad gemachtigd
hijhad gemachtigd
wijhadden gemachtigd
julliehadden gemachtigd
zijhadden gemachtigd
Future
ikzal machtigen
jijzult machtigen
hijzal machtigen
wijzullen machtigen
julliezullen machtigen
zijzullen machtigen
Future perfect or future anterior
ikzal gemachtigd hebben
jijzult gemachtigd hebben
hijzal gemachtigd hebben
wijzullen gemachtigd hebben
julliezullen gemachtigd hebben
zijzullen gemachtigd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou machtigen
jijzou machtigen
hijzou machtigen
wijzouden machtigen
julliezouden machtigen
zijzouden machtigen
Perfect
ikzou gemachtigd hebben
jijzou gemachtigd hebben
hijzou gemachtigd hebben
wijzouden gemachtigd hebben
julliezouden gemachtigd hebben
zijzouden gemachtigd hebben
Imperative
Affirmative
jijmachtig
Your last searches